Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Aansprakelijkheid elektrische fietsen

Week 39-2017

Het aantal verkeersongevallen met elektrische fietsen neemt toe kopten de kranten afgelopen week. Uit cijfers bleek dat de elektrische fiets inmiddels dodelijker is dan de bromfiets. Hoe zit het eigenlijk met de aansprakelijkheid van elektrische fietsen wanneer deze bij een ongeval betrokken raakt? En maakt het uit met welk soort elektrische fiets een ongeval wordt veroorzaakt?

Ongeval tussen fiets en auto

Fietsers zijn zogenaamde zwakke verkeersdeelnemers. Dit is bepaald in artikel 185 van de Wegenverkeerswet.

Als fietsers onder de 14 jaar zijn is de bestuurder van de auto altijd aansprakelijk, tenzij er sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Voor autobestuurders is dit nog wel eens lastig te begrijpen als fietsende kinderen zonder te kijken de weg oversteken.

Bij fietsers ouder dan 14 jaar wordt wel rekening gehouden met de eventuele eigen schuld bij een ongeval. Deze aansprakelijkheid gaat echter nooit verder dan 50%. Dat betekent dat de bestuurder van de auto altijd de helft van de schade zal moeten vergoeden. Het kan dus zo zijn dat een automobilist aansprakelijk is voor een schade waaraan hij geen schuld heeft. De aansprakelijkheid voor fietsers van 50% is het maximale risico. Dat wordt gezien als redelijk, omdat een fietser bij een ongeval eerder gewond raakt dan een bestuurder van een auto.

In theorie kan de bestuurder van de auto een beroep doen op overmacht. Een dergelijk beroep slaagt echter bijna nooit. De bestuurder zou dan geen enkel verwijt mogen worden gemaakt over de manier van rijden.

Elektrische fietsers en gewone fietsers

De wet ziet elektrische fietsers als gewone fietsers. Zo moeten ze op het fietspad rijden en is er geen verplichting tot het dragen van een helm. Er is ook geen verzekeringsplicht. In de meeste gevallen is de schade die men op een fiets veroorzaakt gedekt onder de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren.

De zogenaamde speed pedelecs zijn echter geen fietsen in de zin van de wet. Omdat deze fietsen een snelheid van meer dan 25 km/u halen, en sommige zelfs meer dan 45 km/u, vallen deze fietsen onder de regels van een snorfiets. Daarvoor geldt onder meer een aparte verzekering voor de
wettelijke aansprakelijkheid en is een brommerrijbewijs verplicht.

Het verschil tussen de elektrische fietsen zit in het feit dat de pedelec alleen trapondersteuning geeft, waardoor er altijd moet worden mee getrapt. De elektrische fiets is volledig elektrisch, waardoor er dus niet hoeft te worden getrapt. Dit kan uiteraard wel.

Conclusie

Een elektrische fiets tot 25 km/u wordt gezien als een ongemotoriseerd voertuig in de zin van artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Dit betekent dat de fiets onder de bescherming valt van de zwakkere verkeersdeelnemers. Een fiets zonder trapondersteuning en de speed pedelecs, tot 50 km/u, vallen  onder de definitie van een gemotoriseerd voertuig en worden daarmee dus niet gezien als zwakke verkeersdeelnemer. Wettelijke bescherming in de zin van zwakkere verkeersdeelnemers is niet van toepassing als het een elektrische fiets betreft, die sneller gaat dan 25 km/u. Elektrische fietsers zouden zich van te voren goed in moeten lezen over de mogelijkheden en daarbij geldende wetten en regels.

Lees de uitspraak in pdf-formaat

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.

Daniëlle Valstar - schaderegelaar personenschade