Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Dagje zon zee en strand eindigt voor een zwemmer met zwaar letsel

Week 31-2019

Een dagje naar het strand in Zandvoort en lekker zwemmen in zee. Dat was ook de bedoeling van deze zwemmer, maar het liep niet goed af voor hem. Hij werd overvaren door een snelle motorboot en raakte ernstig gewond, waarbij hij een arm verloor.


Het was een zeer mooie zomerdag en een gladde zee. Op het tijdstip van het ongeval, rond 18:00 uur, was het ongeveer twee uur na hoogwater ter plaatse. De wind was aflandig, hetgeen voor zwemmers het gevaar kon opleveren dat zij te ver in zee zouden gaan of afdrijven. Er was daarom ter plaatse op het strand een gele vlag gehesen, ten teken dat zwemmen gevaar kon opleveren. Twee boten van de vrijwillige reddingbrigade voeren heen en weer langs de kustlijn op enige afstand uit de kust om zwemmers die verder wilden zwemmen voor het gevaar te waarschuwen, dat deze zwemmers het risico liepen zo ver de zee in te gaan dat ze niet meer op eigen kracht naar het strand zouden kunnen terugzwemmen.

De zwemmer is de zee in gegaan en gaan zwemmen en toen hij ter hoogte kwam van de lijn waarvan de reddingsbrigade meende dat een veilige afstand tot het strand werd overschreden, is hij door een bemanningslid van één van de reddingbrigadeboten gewaarschuwd om niet verder te zwemmen. De zwemmer schatte zijn zwemkunsten kennelijk hoger in en is toch verder gezwommen uiteindelijk tot 300 meter uit de kust.

De motorboot was eerder van het strand vertrokken met een aantal volwassenen en kinderen aan boord om te spelevaren op enige afstand uit de kust. Daarbij werd gewaterskied en konden de kinderen rond de boot zwemmen. Toen was het tijd om naar huis te gaan. Toen de bestuurder een aantal seconden met een snelheid van 50 km per uur in de richting van het strand had gevaren, merkte hij dat hij met iets of iemand in het water in aanvaring was gekomen. Hij voer terug en ontdekte de gewonde zwemmer, die aan boord werd gehesen en aan land werd gebracht.

Het ongeval en het letsel valt niet meer ongedaan te maken. Dan komt het er op neer of de zwemmer zijn aanzienlijke schade vergoed kan krijgen door de bestuurder van de snelle motorboot.

De rechter in hoger beroep concludeert op basis van de stukken en ook op basis van de eigen mededelingen van de bestuurder van de boot, dat zwemmers zich op dit soort mooie dagen regelmatig zo ver de zee in wagen dat zij de door de reddingbrigade aangehouden denkbeeldige lijn parallel aan het strand overschrijden.

Van de bestuurder, die zelf aangaf de situatie ter plaatse uitstekend te kennen, mocht dan ook worden verwacht dat hij bij het weer naar het strand terugvaren met zijn snelle motorboot hiermee rekening zou houden. Ter plaatse waar hij naar zijn eigen stellingen niet verder van de kust af was dan 400 meter toen het ongeval plaatsvond, had hij zijn snelheid zodanig moeten matigen dat hij in staat zou zijn zwemmers – of eventueel, mede gelet op het getij, afdrijvende drenkelingen – zo tijdig waar te nemen dat hij tijdig en adequaat maatregelen kon nemen. Nu dat bij een bij de gekozen vaart van 50 km per uur niet mogelijk was, was het de plicht van de bestuurder een zodanige lagere snelheid te kiezen dat hij wel tijdig zwemmers kon waarnemen, óók zwemmers die zoals het slachtoffer geen opvallende badmuts droegen of zelfs af en toe (moeilijk zichtbaar) even op hun rug dobberden.

Dan komt aan de orde of het feit dat de zwemmer zich niet had gehouden aan de aanwijzingen van de vrijwillige reddingbrigade, die hem voor zijn eigen veiligheid werden gegeven, inhoudt dat er sprake is van eigen schuld bij de zwemmer. Deze mededelingen dienden, zo stelt de rechter eerst vast in hoofdzaak, niet ter voorkoming van het gevaar dat voortsproot uit de mogelijkheid van overvaring door snelle motorboten, doch hadden slechts betrekking op het gevaar van verdrinking. Derhalve kan de bootbestuurder zich niet hierop beroepen bij zijn betoog dat sprake is van eigen schuld van de zwemmer.

Omdat uit sommige stukken blijkt dat de reddingsbrigade ook (soms) waarschuwt voor het gevaar van boten, voegt de rechter hier aan toe dat, als dit in deze zaak al aan de zwemmer zou kunnen worden toegerekend, dit wegvalt tegenover de ernst van de aan de bootbestuurder toe te rekenen gevaarzetting wegens de uiterst weerloze positie van de zwemmer en de niet zeer geringe mate van waarschijnlijkheid dat de bestuurder ter plaatse zwemmers (of wellicht drenkelingen) kon aantreffen, de bijzonder grote gevaarzetting voor zwemmers in die positie en wegens de bijzonder simpele wijze waarop de bootbestuurder die gevaarzetting kon voorkomen (door gas terug te nemen) anderzijds.

De bootbestuurder moet derhalve 100% van de schade vergoeden. Maar zoals altijd was het voor iedereen en zeker slachtoffer beter geweest als dit ongeval nimmer had plaatsgevonden.

Lees de uitspraak in pdf-formaat
Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.