Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

De zorgplicht van de werkgever gaat veel verder dan hij vaak denkt

Week 06-2021

Tijdens sloopwerkzaamheden met een mechanische breekhamer drong een splinter van een tegel door de handschoen van een werknemer waardoor hij een snijwond opliep. Door wondinfectie ontstond dystrofie die uiteindelijk het hele lichaam van de werknemer zou aantasten. De werknemer raakte hierdoor ernstig geïnvalideerd.

Had de werkgever de zorgplicht van artikel 7:658 BW geschonden door handschoenen ter beschikking te stellen met een snijbestendigheid klasse 2 in plaats van klasse 3? Ook als niet rechtstreeks uit de Arbowet voortvloeit dat er betere beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld hadden moeten worden? De werkgever vond van niet. De werknemer vond van wel. Dit vond de rechter.

Bescherming

Allereerst vroeg de rechter een deskundige de mate van bescherming van de handschoen te onderzoeken. De deskundige oordeelde dat er ten tijde van het bedrijfsongeval geen handschoenen in de handel was die werknemers volledige bescherming bij de uitvoering van sloopwerkzaamheden boden. Wel waren er handschoenen in de handel die meer bescherming boden dan de handschoenen die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking waren gesteld.

De rechter kwam tot het oordeel dat het te voorzien was dat bij dergelijke werkzaamheden letsel kon ontstaan doordat wegschietende tegelsplinters een handschoen konden perforeren of doorsnijden. Toen dit voorzienbare risico zich realiseerde, had de werkgever niet de beschermingsmaatregelen genomen die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat de werknemer schade zou lijden. Hiermee had de werkgever zijn zorgplicht voor de werknemer geschonden waardoor hij in beginsel aansprakelijk was.

Wettelijke maatstaf

De stelling van de werkgever was dat als maatstaf geldt dat hij beschermingsmiddelen ter beschikking moet stellen die voldoende bescherming bieden. Geen volledige bescherming. Deze stelling leidde bij de rechter niet tot een ander oordeel.

De rechter stelde dat de wettelijke maatstaf is dat de werkgever maatregelen neemt die redelijkerwijs nodig zijn ter bescherming van de werknemer. Als er geschikte handschoenen in de handel zijn die meer bescherming bieden tegen voorzienbaar letsel, dan moet de werkgever deze beschermingsmiddelen in principe ter beschikking stellen. Dit zou anders zijn als deze handschoenen niet ter beschikking konden worden gesteld door bijvoorbeeld hoge kosten. Maar daarvan was niets gebleken. Dat de betere handschoenen niet ter beschikking konden worden gesteld omdat deze handschoenen een ander gevaar in het leven riepen (bijvoorbeeld verminderde grip) was evenmin vast komen te staan.

Aanzienlijk risico

Wellicht dat niet altijd van de werkgever kan worden gevraagd om de best beschikbare beschermingsmiddelen aan de werknemer beschikbaar te stellen. Maar inmiddels zijn er beschermingsmiddelen beschikbaar zijn die het gevaar van letsel verkleinen en die bovendien eenvoudig te verkrijgen zijn tegen relatief lage kosten. Bij de sloopwerkzaamheden werd een aanzienlijk risico op letsel gelopen. Dus bracht de in artikel 7:658 BW vastgelegde zorgplicht van de werkgever met zich mee dat deze betere beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking had moeten stellen.