Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Ietsje beter je best doen op school?

Week 35-2017

Het was uitgebreid op het journaal en in de krant: het cijfer dat een Bredase scholiere voor haar eindexamen Frans kreeg hoeft niet aangepast te worden. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 28 augustus in kort geding dat het College van Toetsen en Examens niet onrechtmatig heeft gehandeld bij de afwikkeling van het eindexamen Frans.

De scholiere legde op 19 mei van dit jaar het centraal schriftelijk examen Frans af. Op vraag 15 antwoorde ze ‘en effet’. Volgens het (aanvullend) correctievoorschrift van het College van Toetsen en Examens was dit antwoord niet goed. De scholiere kreeg voor het antwoord daarom geen punt. In een later stadium besloot het College dat ‘en effet’ alsnog een goed antwoord was. Omdat op dat moment alle examens al waren nagekeken, zijn álle leerlingen gecompenseerd, ongeacht welk antwoord was gegeven.

De leerlinge kreeg voor haar eindexamen Frans een cijfer van 4,0 waardoor ze haar Vwo-diploma mis liep. Volgens de leerlinge zou ze een 4,1 hebben gekregen als ‘en effet’ als goed antwoord op het correctievoorschrift had gestaan. Met dat cijfer zou ze haar diploma wel gehaald hebben. Volgens de scholiere heeft het College van Toetsen en Examens onrechtmatig gehandeld door het correctievoorschrift niet tijdig aan te passen, dan wel haar achteraf onvoldoende te compenseren.

De voorzieningenrechter oordeelt dat achteraf niet meer valt vast te stellen of de scholiere inderdaad een 4,1 zou hebben gekregen als ‘en effet’ op het (aangepaste) correctievoorschrift had gestaan.
De leerlinge zou dan weliswaar een extra punt hebben gekregen, maar het valt niet uit te sluiten dat ook de normeringsterm (die ervoor moet zorgen dat examens altijd even moeilijk zijn) zou zijn aangepast waardoor ze alsnog op een 4,0 zou zijn uitgekomen.

Juist in situaties als deze, wanneer ná de beoordeling van examens nog onvolkomenheden worden geconstateerd, kan het College van Toetsen en Examens de volledige groep leerlingen compenseren door de normeringsterm aan te passen. Dit is in een speciale regeling vastgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van rechtmatige regelgeving die juist is toegepast. Dat dit in theorie mogelijk nadelig heeft uitgepakt voor de leerlinge, levert nog geen onrechtmatig handelen op.

De voorzieningenrechter overweegt hierbij dat het behalen van een onvoldoende met een zo klein verschil in punten voor iedereen die dit overkomt uitermate zuur is. Echter, de systematiek van beoordelen heeft nu eenmaal in zich dat er grensgevallen zullen zijn.

Natuurlijk is het triest voor de leerlinge in kwestie dat zij nu nog een jaar langer over haar Vwo-diploma zal moeten doen, maar het is ook wel een beetje het risico van “scherp op de snede” berekenen hoeveel punten je minimaal nodig hebt om nog net te slagen.
Of zij dat ook heeft gedaan vertelt het verhaal verder niet en welk cijfer je voor het centraal schriftelijk examen gaat halen is moeilijk te berekenen, omdat je van tevoren niet weet wat de vragen gaan zijn (soms wel, maar dan is er een heel ander juridisch vraagstuk aan de orde).

Maar uit het feit dat zij met een 4,0 voor het schriftelijk Frans tekort kwam om te slagen zou je voorzichtig kunnen concluderen dat zij er toch al niet al te best voor stond en dat heb je wel in de hand. Het cijfer van het centraal schriftelijk examen is niet alleen bepalend voor je puntentotaal, ook de schoolonderzoeken wegen immers mee.

Je bent geslaagd als:

  • al je eindcijfers 6 zijn of hoger;
  • je één 5 hebt en al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn;
  • je één 4 hebt, al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn en het gemiddelde van al je eindcijfers ten minste 6,0 is;
  • je twee keer een 5 hebt, of één 5 en één 4, al je andere eindcijfers 6 of hoger zijn en het gemiddelde van al je eindcijfers ten minste 6,0 is;
  • geen eindcijfer lager is dan een 4.

Het combinatiecijfer telt ook mee voor deze regel.

Dit meisje had dus in elk geval één 4 en zakte daarmee, waaruit je kunt concluderen dat haar andere cijfers niet 6 of hoger waren. Het lijkt er dan wel op dat zij deel uitmaakt van de “zesjes cultuur” groep.

Zonder te willen moraliseren: het is toch wel aan te raden om net iets harder te leren en ervoor te zorgen dat je wat hoger uitkomt dan een zesje. Als je op het VWO zit heb je in principe genoeg hersens om dat te kunnen, zou je denken.

Ik ben van mening dat de rechter er goed aan heeft gedaan om haar (of eerder haar ouders, want zij zal vermoedelijk niet zelf de stap naar de rechter hebben gezet) in het ongelijk te stellen. Hij zou anders het “de kantjes er af lopen” hebben beloond.

Lees de uitspraak in pdf-formaat

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.

-