Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Jeugdinstelling schendt zorgplicht: hof acht instelling aansprakelijk voor schade van werkneemster geraakt door wedstrijdvoetbal.

Week 6-2014

Aanbevolen: lees de uitspraak in pdf-formaat

Een werkneemster van een justitiële jeugdinstelling raakt volledig arbeidsongeschikt als een van de gedetineerde jongeren bewust een harde leren wedstrijdvoetbal tegen haar achterhoofd schiet. Het hof is van oordeel dat de instelling aansprakelijk is omdat er een onveilige situatie was ontstaan doordat een paar jongens op de kleine luchtplaats voetbalden met een – voor die situatie ongeschikte – zware leren wedstrijdvoetbal. De instelling had de veiligheidssituatie op eenvoudige wijze kunnen verbeteren door ervoor te zorgen dat er met een kleinere en lichtere voetbal werd gevoetbald op de luchtplaats. Omdat de instelling dat heeft nagelaten is zij in haar zorgplicht tekortgeschoten.

De werkneemster in kwestie, een pedagogische medewerkster, hield samen met een collega toezicht op een groep van zeven jongens op de luchtplaats van de instelling. Een paar van deze jongens waren aan het voetballen met een leren wedstrijdbal die door de directie van de instelling ter beschikking was gesteld. De werkneemster zat op een picknicktafel en werd op haar achterhoofd getroffen door de voetbal. Sinds deze gebeurtenis heeft zij in wisselende mate stemmingsklachten die in ernst toenemen.

Het hof overweegt onder meer dat hoewel in het algemeen niet is te verwachten dat het geraakt worden door een voetbal tot (ernstige) letselschade leidt, dit anders kan zijn als een leren wedstrijdvoetbal bewust en met kracht tegen iemand hoofd wordt aangeschoten, zeker wanneer diegene daardoor wordt verrast. Het hof overweegt daarbij dat aan het werken met strafrechtelijk veroordeelde jongeren, anders dan aan het werken met andere jongeren, inherent is dat gevaar bestaat van agressie in de richting van het personeel, zodat het beschikbaar stellen van de leren wedstrijdvoetbal aan de betreffende jongeren niet ongevaarlijk moet worden geacht. Van de werkneemster kon in die situatie niet worden verwacht dat zij de jongens had aangesproken op het gebruik van de voor deze situatie niet geschikte bal.

ECLI:NL:GHARL:2014:568

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >