Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Kappen of kappen met kappen?

Week 45

Een stel buren hadden ruzie over twee bomen. Een conifeer stond op de erfgrens. Van de andere naaldboom staken de takken ver over de tuingrens.

Het kwam tot een procedure. De kantonrechter veroordeelde de eigenaar tot het betalen van een dwangsom als de conifeer niet zou worden verwijderd en de overhangende takken van de naaldboom niet zouden worden gesnoeid.

De eigenaar ging hiertegen in hoger beroep. Maar voordat deze zaak voorkwam, hadden de buren hun huis al verkocht. De eigenaar van de conifeer vroeg daarom aan opschorting van de veroordeling. Hij stelde dat door de kap van de conifeer een onomkeerbare situatie zou ontstaan terwijl de boom werd bevolkt door ransuilen. Bovendien hadden de buren geen belang meer bij de uitvoering van het vonnis omdat zij hun huis al hadden verkocht.

Het hof beoordeelde het verzoek om opschorting aan de hand van de criteria die de Hoge Raad gaf in het arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026). Nagegaan moest worden wiens belangen zwaarder wogen: die van de veroordelende of die van de veroordeelde partij. Hierbij moest men uitgaan van de beslissingen die uit de uitspraak volgden en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep bleef buiten beschouwing. Wel kon de rechter in zijn oordeelvorming betrekken of de te nemen beslissing berustte op een kennelijke misslag.

Bij de belangenafweging was verder van belang dat de kantonrechter de vordering had toegewezen. Voorkomen moest worden dat het hoger beroep gebruikt werd als middel om uitstel van executie te verkrijgen. Een veroordeling hangende het hoger beroep moest wel uitvoerbaar zijn. Hiervan kon worden afgeweken als de belangen van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder wogen dan de belangen van de veroordelende.

Maar de omstandigheid dat de buurman geen eigenaar meer was van de naburige woning  was volgens het hof niet van belang. De nieuwe eigenaren waren eveneens van mening dat de conifeer hinderlijk was bij hun plannen voor de inrichting van het erf. Met de oude eigenaren hadden zij dan ook afgesproken dat deze kwestie moest worden afgewikkeld zonder dat zij daar als nieuwe eigenaren actief bij betrokken zouden raken. De eigenaar van de conifeer kon niets naar voren brengen waaruit het tegendeel zou blijken zodat het hof ervan uitging dat de oude buren nog steeds belang hadden bij de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis.

Dat de conifeer werd bevolkt door ransuilen werd door de kantonrechter als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Het hof ging er daarom niet vanuit dat er ransuilen aanwezig waren in de conifeer.

Het argument dat verwijdering van de conifeer onomkeerbaar was, zag het hof als onvoldoende om over te gaan tot schorsing van het uitvoeren van het bestreden vonnis. De incidentele vordering werd daarom afgewezen.

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.