Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Lekker met de kinderen naar de camping

Week 33-2019

Op deze camping was er een voetbalveld waarop de kinderen blootvoets aan het voetballen waren. Een flinke uithaal, de bal gaat naast en komt in de sloot die achter het doel op het terrein van de camping ligt. Een jongetje stapt de sloot in om de bal uit de sloot te halen, maar dan voelt hij een scherpe pijn aan één van zijn blote voeten. Hij heeft zijn voet opengehaald aan een scherp voorwerp.


Later blijkt dat er allemaal kapotte flessen op de bodem van de sloot liggen. Dat valt niet te zien, omdat de bodem aan het zicht is onttrokken door begroeiing die zich in de sloot en langs de zijkant van de sloot bevind. Als gevolg hiervan is het jongetje gewond geraakt aan zijn voet, doordat een teenpees is doorgesneden.

De sloot dient tot afwatering van het kampeerterrein en er staat altijd water in. De camping was niet bekend met het feit dat ter plekke glas op de bodem van de sloot lag. De camping laat de sloot twee maal per jaar door een loonbedrijf uitdiepen, namelijk in april/mei en eind augustus. Wanneer medewerkers van de camping waarnemen dat personen op blote voeten voetballen, waarschuwen zij hen om dat niet te doen. De camping biedt gratis huisvuilzakken aan, verbiedt zwerfvuil en haalt geregeld vuilnis op. Zij houdt 24 uur per dag toezicht, overdag met vier personen en ’s nachts met twee. De camping beslaat een oppervlakte van 30.000 m2. De WA verzekeraar wijst dan ook aansprakelijkheid af.

In hoger beroep vindt de rechter hier het volgende van. Niet alleen bekendheid met het bestaan van de gevaarlijke situatie kan leiden tot aansprakelijkheid, maar ook in het geval waarin een terreinbeheerder niet bekend was met de gevaarlijke situatie, maar daar wel bekend mee had moeten zijn kan hij aansprakelijk zijn. Als hij redelijkerwijs bekend had moeten zijn met het bestaan van een potentieel gevaarlijke situatie, dan kan hem – bij gebreke aan voldoende deugdelijke veiligheidsmaatregelen – ook redelijkerwijs worden verweten dat hij deze situatie heeft laten voortbestaan.

De vraag is dan in dit geval of de camping rekening diende te houden met de mogelijkheid dat een campinggast blootvoets de sloot zou betreden en daarbij in een scherp voorwerp zou trappen. Pas indien dat het geval is, bestaat aanleiding om aan de hand van de criteria van Het Kelderluik-arrest verder te beoordelen of aansprakelijkheid bestaat.

De rechter komt tot het oordeel dat niet voldoende is gesteld of gebleken op grond van welke omstandigheden de camping zich bewust zou hebben moeten zijn van het bestaan van het concrete gevaar (de onderhavige glasbodem) dat een letsel zou kunnen ontstaan als opgelopen door het jongetje. Het bestaan van de enkele mogelijkheid dat er misschien glasscherven in de sloot zullen worden gegooid is onvoldoende om daar, zonder dat blijkt van bijzondere omstandigheden, aansprakelijkheid van de camping op te gronden. Te meer nu de camping ook overigens voldoende maatregelen nam (waarschuwen, vuilniszaken, toezicht op zwerfafval enz.) om zich van haar onderhoudsplicht (ter voorkoming van zulke ongevallen) te kwijten. Ook heeft een ongeval zoals dit zich nooit eerder voorgedaan en is evenmin gesteld of gebleken dat op het terrein van de camping met enige regelmaat glas in de sloot wordt gegooid en/of aangetroffen, laat staan dat dat geregeld achter het doel in de sloot is aangetroffen. Voor het plaatsen van waarschuwingsborden bestond dan ook geen noodzaak.

Voorts is niet weersproken dat de camping een groot aantal en – naar objectieve maatstaven gemeten – toereikende maatregelen heeft getroffen om voetletsels door glas (in een sloot) te voorkomen, waarbij de rechter opmerkt dat het voor een terreinbeheerder onmogelijk is om het risico daarop tot nihil te reduceren.

Het Hof komt dan tot het oordeel dat de waarschijnlijkheid dat een campinggast blootvoets de sloot betreedt en daarbij letsel oploopt, gegeven de door de camping reeds getroffen maatregelen, zo gering was dat de camping daar redelijkerwijs niet méér rekening mee hoefde te houden dan zij deed.

De camping heeft dan ook niet zorgvuldig gehandeld en is in casu niet aansprakelijk. Het jongetje krijgt zijn schade dus niet vergoed.

Lees de uitspraak in pdf-formaat
Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.