Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Onvoorzichtig, onbesuisd of buitensporig?

Week 41-2020

Piet wordt tijdens een voetbalwedstrijd door een sliding geraakt en verliest daardoor uiteindelijk zijn linkeronderbeen.

Het gebeurde tijdens een amateurwedstrijd in de 3e klasse KNVB. Voor het team van Piet stond niets op het spel deze wedstrijd. Voor de andere club wel. Als deze niet zou winnen zou deze terecht komen in de nacompetitie en mogelijke degraderen.

Piet kreeg de bal vlak voor het doel van de tegenstander toegespeeld. Twee spelers van het andere team probeerden te voorkomen dat hij op het doel zal schieten. Piet kwam daarbij ten val en raakte zwaar geblesseerd. Vervolgens werd hij per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De scheidsrechter had daarop het duel gestaakt. Hij had geen van beide spelers van het andere team bestraft voor hun actie.

Piet moest een groot aantal operaties ondergaan die niet konden voorkomen dat uiteindelijk zijn linker onderbeen geamputeerd moest worden.

Een van de toeschouwers had de wedstrijd op video vastgelegd en daarop was ook het ontstaan van de blessure van Piet te zien. Aan de hand daarvan stelde de rechter eerst vast wie van beide tegenspelers het letsel had veroorzaakt.

Uit de beelden bleek dat beide tegenstanders ongeveer tegelijkertijd een sliding inzetten.  Op de beelden is niet te zien welk been (of welke benen) de linkerenkel van Piet  linksachter raakte(n). Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat een been van X hem daar had geraakt. Allereerst kwam deze van achteren en had hij zijn rechterbeen naar voren gestrekt. Bovendien blijkt uit de beelden dat na de sliding – toen zowel Piet als beide tegenspelers op de grond lagen – het rechterbeen van X zich rechts van het linkerbeen van Piet bevond.

Wanneer het rechterbeen van X naar alle waarschijnlijkheid niet de linkerenkel linksachter had geraakt, blijft het linkerbeen van Y over. Het is ook aannemelijk dat het dat been was geweest, omdat Y van linksachter kwam en zijn linkerbeen naar voren gestrekt had.

Vervolgens beantwoordde de rechter de vraag of Y onrechtmatig had gehandeld en dus op moest draaien voor de schade van Piet.

In zijn arrest van 28 juni 1991 (ECLI:NL:HR:1991:ZC0300, NJ 1992, 622) overwoog de Hoge Raad de vraag of een deelnemer aan een sport als voetbal onrechtmatig handelt als hij door een gedraging een andere deelnemer letsel toebrengt. De uitkomst was dat dit minder snel moest worden bevestigd dan wanneer die gedraging niet in het kader van sportbeoefening zou hebben plaatsgevonden. Deelnemers aan een sport als voetbal hebben tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen – waartoe het spel nu  eenmaal uitlokt – over en weer van elkaar te verwachten. Ook als vergelijkbare gedragingen buiten het kader van de sport niet aanvaardbaar zijn. Verder overwoog de Hoge Raad dat het overtreden van de spelregels – waaronder regels ter bevordering van de veiligheid van de speler – niet onrechtmatig is maar dat overtreding van een spelregel wel een factor is die meeweegt bij de beoordeling van de rechtmatigheid. In zijn arrest van 20 februari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1239, NJ 2004/238) overwoog de Hoge Raad in dit verband ook dat deelnemers aan het spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede, onvoldoende doordachte handelingen of andere gedragingen waartoe het spel uitlokt van elkaar hebben te verwachten.

Hieruit volgde volgens de rechter dat de vraag of Y met zijn actie een spelregel had overtreden een factor was die meewoog bij de beoordeling van de rechtmatigheid van zijn actie. Vast stond dat Y geen sanctie (gele of rode kaart) voor zijn actie had gekregen van de scheidsrechter. Maar dat betekende niet dat er geen sprake was van een (zware) overtreding. De scheidsrechter was immers niet in de buurt en had alleen geen kaart gegeven omdat hij de situatie niet goed kon beoordelen. Aan het uitblijven van een sanctie kan dan ook niet de conclusie worden verbonden dat Y geen overtreding maakte.

Spelregels Veldvoetbal, een uitgave van de KNVB uit juli 2011, maakt wat betreft de ernst van een overtreding onderscheid tussen drie soorten overtredingen: onvoorzichtige (geen sanctie), onbesuisde (een waarschuwing – gele kaart) en met buitensporige inzet (de speler wordt weggestuurd – rode kaart).

Is een speler onvoorzichtig dan gaat de speler een duel ondoordacht aan of handelt hij onbezonnen. Bij onbesuisd handelt de speler zonder het gevaar of de gevolgen voor de tegenstander in ogenschouw te nemen. Bij buitensporige inzet overschrijdt de speler de noodzakelijke inspanning ver en loopt hij het risico zijn tegenstander te blesseren. Verder bepalen deze spelregels – voor zover dat van belang is – dat een rode kaart onder meer op zijn plaats is bij ernstig gemeen spel en gewelddadig gedrag.

Volgens de Aanvullende Instructies Spelregels Veldvoetbal van juli 2015 moet een reglementaire sliding (sliding tackle in de terminologie van de aanvullende instructies) aan de volgende voorwaarden voldoen:
Een reglementaire ‘sliding tackle’ moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Het woord ‘sliding’ komt van het Engelse ‘to slide’, wat glijden betekent. Het enige wat dus geoorloofd is, is glijdend met een of beide benen over de grond, de bal voor de voeten van de tegenstander weg te spelen. Daarbij moet dan de bal gespeeld/geraakt worden. Indien dit laatste niet gebeurt zal de scheidsrechter deze tackle moeten bestraffen met een directe vrije schop. Bij het maken van een sliding tackle loopt de speler altijd bewust het risico dat hij de bal niet speelt of raakt en dus te laat komt en daardoor zijn tegenstander bewust ten val brengt. Bedenk ook dat voor een “sliding tackle” ruimte nodig is, namelijk ruimte om een glijdende beweging over de grond te kunnen uitvoeren. Als de ‘sliding tackle’ van te dichtbij wordt ingezet, valt de aangevallen speler vrijwel zeker over het (uitgestoken) been van zijn tegenstander.”

Uit deze omschrijving volgt dat een sliding aan de volgende voorwaarden moet voldoen om reglementair te zijn:
– over de grond met een of twee benen naar voren;
– de bal moet gespeeld worden;
– er moet voldoende ruimte worden gehouden.

Vaststaat dat Y niet de bal, maar wel de tegenstander raakte. De sliding was dan ook niet reglementair en vormde een overtreding van de spelregels. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat niet vaststaat of Y niet over de grond gleed. Uit de beelden volgt dat hij niet springt maar glijdt. Uit de beelden volgt evenmin dat Y onvoldoende ruimte had.

Voor een sanctie op een niet-correcte sliding bepalen de aanvullende instructies onder meer:
Als de tegenstander wordt geraakt, dan is dat altijd een overtreding, maar ook nog een gevaarlijke actie. Dat geldt in nog sterkere mate als dit soort ‘sliding tackle” met het nodige geweld gepaard gaat. De disciplinaire straf zal afhangen van de daarbij gepaard gaande inzet. Bij een ‘onvoorzichtig’ en niet correcte tackle zal de scheidsrechter kunnen volstaan met alleen een directe vrije schop. Indien deze onbesuisd is zal er een gele kaart getoond moeten worden. Als de overtreding gepaard gaat met buitensporige inzet of de veiligheid van de tegenstander in gevaar wordt gebracht zal er een rode kaart worden getoond.

De aanvullende instructies beëindigen dit onderwerp met de volgende observatie:
In feite is een groot deel van de zogenaamde ‘sliding tackles’ strafbaar. Het aantal blessures ten gevolge van acties die ‘sliding tackles’ worden genoemd, is groot en het is de taak van de scheidsrechter op dit punt streng op te treden.

Beide partijen hadden ieder een voetbalexpert ingeschakeld. Maar deze kwamen tot tegenovergestelde visies. De rechter oordeelde toen als volgt:

Uit de hiervoor aangehaalde rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de overtreding van de spelregels – zeker wanneer die (zoals hier) gericht zijn op de veiligheid van de medespelers – een factor is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een actie bij een sportwedstrijd, maar dat het enkele overtreden van de spelregels de actie nog niet onrechtmatig maakt. Naar het oordeel van het hof was de actie van Y, die inderdaad een overtreding van de spelregels vormde, niet zo buitensporig dat deze viel buiten de kaders van wat deelnemers aan een voetbalwedstrijd in redelijkheid mogen verwachten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat wie deelneemt aan een voetbalwedstrijd op amateurniveau (in de woorden van de Hoge Raad) in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede, onvoldoende doordachte handelingen of andere gedragingen waartoe het spel uitlokt kan verwachten. Bij voetbal betekent dit dat een deelnemer door een dergelijke actie geraakt kan worden. Dat in dit geval van een dergelijke actie geen sprake was, heeft Piet, op wie stelplicht en bewijslast ten aanzien van de onrechtmatigheid rusten, onvoldoende onderbouwd omdat niet vaststaat dat:
– Y met twee benen vooruit op hem afsprong;
– de bal niet kon spelen omdat deze per definitie onbereikbaar voor hem was zodat hij Piet wel móést raken.

Dat Y schuin achter Piet zijn sliding inzette, leidde niet tot een ander oordeel. Dit omdat er niet van uit kon worden gegaan dat hij de bal vanuit deze positie niet had kunnen raken wanneer hij zijn sliding niet een fractie eerder zou hebben ingezet, dan wel beter zou hebben gericht. Dat Piet zeer ernstig letsel had opgelopen door de actie van Y maakt de actie ook niet onrechtmatig.

Met andere woorden: Piet moest zelf opdraaien voor zijn schade.

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.