Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Rechtbank Rotterdam maakt verboden onderscheid

Week 16-2016

Aanbevolen: lees de uitspraak in pdf-formaat

Op de website van het College voor de Rechten van de Mens is te lezen dat aan hem regelmatig zaken worden voorgelegd waarin een oordeel wordt gevraagd over problemen rondom werving en selectie. Een sollicitant wordt bijvoorbeeld afgewezen om een reden die niets met geschiktheid voor de functie te maken heeft, maar wel met zijn of haar geloofsovertuiging. Bij de behandeling van dit soort zaken komen vragen aan de orde als in hoeverre iemand belemmerd wordt in het beleven van zijn of haar godsdienst, en of een werkgever of het beleid van de organisatie rechtstreeks verwijst naar de godsdienst van de werknemer, of dat is er sprake is van neutraal beleid dat werknemers indirect treft vanwege hun geloofsovertuiging. Is het meer indirect, wat is dan de reden voor een werkgever om regels te stellen die gelovige werknemers indirect benadelen? Is die reden zwaarwegend genoeg om het gemaakte onderscheid naar godsdienst te kunnen rechtvaardigen?

De kwestie
Een vrouw solliciteert bij de rechtbank Rotterdam naar de functie van buitengriffier. De wettelijke taak van een buitengriffier bestaat uit het voorbereiden en bijwonen van terechtzittingen, het maken van aantekeningen en verrichten van uit die zitting voortvloeiende werkzaamheden. Een buitengriffier maakt geen deel uit van de rechterlijke macht en is geen werknemer van de rechtbank (hij of zij wordt benoemd voor de werkzaamheden).Als blijkt dat de vrouw vanwege haar islamitische geloofsovertuiging tijdens zittingen haar hoofddoek niet wil afdoen wordt ze afgewezen voor de functie.

Verzoek
De vrouw is van mening dat de rechtbank jegens haar verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door haar af te wijzen voor de functie van buitengriffier nadat zij verteld had dat zij vanwege haar geloofsovertuiging haar hoofddoek niet af wilde doen tijdens zittingen. Zij vraagt het College om een oordeel.

Verweer
De rechtbank voert aan dat de hoofddoek op zich geen reden was om de vrouw af te wijzen, maar wel de omstandigheid dat zij bij zittingen zou verschijnen met een zichtbaar en herkenbaar teken van persoonlijke overtuiging, dit in tegenspraak met de kledingvoorschriften die de rechtbank hanteert. Het doel van die kledingvoorschriften is de neutraliteit van de rechtbank te benadrukken. De rechtbank stelt dat van een rechter in functie, en ook van de overige bij de rechtspraak betrokken functionarissen, door een rechtzoekende verwacht mag worden dat die functionarissen zich zo opstellen dat hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet ter discussie staan. Zelfs de schijn daarvan moet vermeden worden. Het gaat erom dat het vertrouwen in de onpartijdigheid en neutraliteit van de met rechtspraak belaste functionarissen niet in het geding komt.

Beoordeling door College
Het College oordeelde eerder al dat het dragen van een hoofddoek kan worden beschouwd als een uiting van een geloofsovertuiging, en daarom valt onder de bescherming van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). In deze wet is onder meer bepaald dat er bij werving en selectie geen onderscheid op grond van godsdienst gemaakt mag worden. Met onderscheid wordt in deze wet zowel direct als indirect onderscheid bedoeld.

Direct en indirect onderscheid
Van direct onderscheid op grond van godsdienst is sprake als iemand in een vergelijkbare situatie op een andere manier dan een ander wordt behandeld. Indirect onderscheid op grond van godsdienst is aan de orde als een op het oog neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen met een bepaalde geloofsovertuiging in vergelijking met anderen bijzonder treft.
Het College stelt vast dat de rechtbank in zijn kledingvoorschriften elk zichtbaar en herkenbaar teken van persoonlijke overtuiging , van welke aard dan ook, verbiedt. De rechtbank heeft de vrouw voor de functie van buitengriffier afgewezen omdat zij tijdens zittingen haar hoofddoek niet af wil doen. Hiermee heeft de rechtbank volgens het College geen direct onderscheid op grond van godsdienst gemaakt, omdat niet direct naar de geloofsovertuiging van de vrouw is verwezen. Wel maakt de rechtbank naar het oordeel van het College indirect onderscheid op grond van godsdienst, omdat het verbod uit het kledingvoorschrift mensen als de vrouw in kwestie, die vanwege hun geloofsovertuiging een hoofddoek dragen, in vergelijking met mensen die dat niet doen bijzonder treft.

Rechtvaardiging?
Uit de AWGB volgt dat het maken van indirect onderscheid niet verboden is als er een objectieve rechtvaardiging voor is door een legitiem doel (kort gezegd: als er goede redenen voor zijn), en de middelen om dat doel te bereiken passend en noodzakelijk zijn.

Het College begrijpt dat het doel van de rechtbank is de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak te waarborgen en zelfs maar de schijn van het tegendeel te vermijden. Het College ziet in dat de rechtbank hiermee geen discriminerend oogmerk heeft. Het doel van de rechtbank bij het maken van indirect onderscheid is dan ook in de ogen van het College legitiem.

Dan is de vraag of het middel dat de rechtbank bereikt om dat doel te bereiken passend en noodzakelijk is. Het door de rechtbank gehanteerde middel bestaat uit het hanteren van kledingvoorschriften die inhouden dat tijdens een zitting elk zichtbaar en herkenbaar teken van persoonlijke overtuiging, van welke aard dan ook, verboden is. Of dat middel passend is kan in het midden blijven, omdat het College het gebruikte middel niet noodzakelijk acht om het op zichzelf legitieme doel te bereiken.

Het College licht toe: op zichzelf beschouwd vormt het algemene belang van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en van het vermijden van zelfs maar de schijn van partijdigheid en afhankelijkheid, een zwaarwegend doel. Deze eisen worden ook gesteld door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Tegenover dit belang staat in deze zaak het belang van de vrouw om toegang te hebben tot de functie van buitengriffier zonder in strijd met haar godsdienstige overtuiging te hoeven handelen. Dit belang raakt aan een breder maatschappelijk belang, omdat door het stellen van functie-eisen als in kwestie bevolkingsgroepen op voorhand en zonder individuele beoordeling op kwaliteit, worden uitgesloten van functies in de rechtspraak. Een (buiten)griffier maakt bovendien geen deel uit van de rechterlijke macht. Het College is er niet van overtuigd dat door een griffier toe te staan een hoofddoek te dragen het algemeen belang waarop de rechtbank zich beroept zodanig wordt aangetast dat het belang van de vrouw daarvoor moet wijken, en de rechtbank heeft deze stelling niet nader onderbouwd. Met andere woorden: het College acht kledingvoorschriften die ieder zichtbaar en herkenbaar teken van persoonlijke overtuiging verbieden voor de functie van buitengriffier een te zwaar middel. Het middel is daarom niet noodzakelijk, waardoor een objectieve rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid ontbreekt.

Oordeel College
Het College oordeelt dat de rechtbank een verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door de vrouw af te wijzen voor de functie van buitengriffier. Het College voor de Rechten van de Mens behandelt alleen zaken die vallen onder de wetgeving voor gelijke behandeling. Het oordeel is juridisch niet bindend. Dat betekent dat een partij niet gehouden is het oordeel op te volgen. Als een partij het oordeel niet opvolgt kan de andere partij een rechtszaak aanspannen. De rechter is verplicht het oordeel van het College voor de Rechten van de mens mee te wegen in zijn vonnis.

Bron: oordeelnummer 2015-45

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Meer informatie? Neem contact met ons op Bel +31 79 7507100