Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Schadebeperkingsplicht voor slachtoffer

Week 47-2019

Als je een ongeval hebt gehad en schade lijdt, dan heb je de plicht om die schade te beperken. Doe je dat niet, dan kan de tegenpartij weigeren om die schade aan je te vergoeden.

Deze schadebeperkingsplicht volgt uit artikel 6:101 lid 1 BW waarin is bepaald dat je gehouden bent om de schade te beperken voor zover dit redelijkerwijs van je kan worden verlangd, in die zin dat een schending van die plicht je in het kader van de schadebegroting kan worden tegengeworpen.

Bij de vraag of, en in hoeverre, redelijkerwijs van het slachtoffer kan worden verlangd dat hij zijn schade zou beperken, komt het zoals altijd aan op de concrete omstandigheden van het geval.

In het algemeen zou je denken dat als je arbeidsongeschikt bent als gevolg van een ongeval en dan instemt met beëindiging van het dienstverband, je inderdaad je schade niet beperkt. Gedurende de periode dat je dienstverband doorloopt krijg je namelijk loon doorbetaald en lijd je geen inkomensschade. Als de loondoorbetaling stopt omdat je hebt ingestemd met het beëindigen van het dienstverband, heb je geen inkomen meer en wordt de vordering op de aansprakelijke partij voor wat betreft het verlies aan verdienvermogen daardoor hoger.

Zo ook in deze zaak. Het slachtoffer heeft ingestemd met de beëindiging van zijn dienstverband, waardoor er geen loondoorbetalingsplicht voor zijn (voormalig) werkgever ontstaat. De verzekeraar wil daarom de inkomensschade, die hierdoor is ontstaan, niet vergoeden. Het verlies aan inkomen is immers te wijten aan de man, die – zonder daartoe te zijn gehouden – heeft ingestemd met de beëindiging van zijn dienstverband. De verzekeraar stelt dat dit inkomensverlies niet door het ongeval is veroorzaakt en dus geen uit hoofde van het ongeval geleden schade is.

De rechter vindt dat dit verweer geen doel treft. Het is de veroorzaker van het ongeval die aansprakelijk is voor het letsel en de veroorzaker heeft dus de man in de positie gebracht dat hij zijn werkzaamheden niet meer kon uitoefenen. De schade ingevolge het verlies aan verdienvermogen is derhalve veroorzaakt door het ongeval. Deze schade heeft zich geconcretiseerd in het feitelijk niet meer ontvangen van loon door het slachtoffer nadat was gebleken dat hij, ondanks pogingen daartoe, ten gevolge van het letsel niet meer tot het verrichten van zijn eigen werkzaamheden in staat was. Het vereiste causaal verband tussen de schade en het ongeval is daarmee gegeven.

Bij de beoordeling van de vraag of de man zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden, neemt de rechter de volgende omstandigheden in aanmerking.

De man was werkzaam in het restaurant van zijn vader en broer. Het betreft een relatief klein familiebedrijf. Zijn loon was afhankelijk van de bedrijfsresultaten. Het bedrijf beschikte niet over voldoende financiële middelen om zowel het loon van de man, die zijn werk niet meer kon verrichten, als dat van een vervangende arbeidskracht te betalen. Er bestond geen schriftelijke arbeidsovereenkomst, er werd geen (loon)belasting betaald, er waren geen verzekeringen en er was voor de man geen premie afgedragen. Het uitoefenen van de schadebeperkingsplicht – zoals Achmea die voor ogen staat – zou hebben ingehouden dat de man, door aan te dringen op doorbetaling van salaris en een actieve inzet voor re-integratie, het voortbestaan van het bedrijf en zijn relatie met zijn familie op het spel had moeten zetten. Dat kon, naar het oordeel van rechtbank, in redelijkheid niet van hem worden gevergd. Zeker de veroorzaker van het ongeval, dan wel diens verzekeraar, kon dat niet van hem vergen.

Daarnaast blijkt ook het feit relevant dat de werkgever een loonregresrecht heeft. Had het bedrijf het loon wel kunnen betalen, dan had het bedrijf het netto loon kunnen vorderen van de verzekeraar en wel op grond van artikel 6:107a lid 2 BW. Met andere woorden, ook in dat geval zou de schade van de verzekeraar hetzelfde zijn gebleven, want dan had hij het bedrag waar het nu om gaat aan de werkgever moeten geven in plaats van aan het slachtoffer. Hieruit blijkt dat in dit soort zaken het civiel plafond in zijn totaliteit moet worden beoordeeld.

Of de man spoedig zou hebben kunnen re-integreren, met als gevolg dat hij spoedig loongevende arbeid zou hebben kunnen verrichten als zowel hij als zijn werkgever zich aan hun re-integratiever-plichtingen zouden hebben gehouden, valt niet te zeggen nu deze situatie zich niet heeft voorgedaan. De verzekeraar heeft ook niet onderbouwd op grond waarvan zij het aannemelijk acht dat de man spoedig zou re-integreren. Kennelijk heeft de cursus die de man inmiddels op kosten van de verzekeraar heeft gevolgd en het diploma als vorkheftruckchauffeur er ook niet aanstonds voor gezorgd dat hij werk kreeg. De rechter neemt dit dan ook niet aan.

De slotconclusie is dan dat – de omstandigheden van het geval afwegend – het slachtoffer in dit geval mocht instemmen met de beëindiging van zijn dienstverband zonder dat hij zijn schadevergoedings-plicht heeft geschonden.

Lees de uitspraak in pdf-formaat
Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.