Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Scooterstudenten lichten de verzekering op

Week 11-12017

Verzekeraars waarschuwen voor een nieuwe vorm van fraude op ROC’s. Zeker tien studenten liepen zogenaamd studievertraging op na een scooterongeluk en claimden tienduizenden euro’s. Ze lieten docenten valse verklaringen ondertekenen.

Eén ROC-docent in Flevoland trok aan de bel toen hij in korte tijd vier keer zijn krabbel had gezet.
De studenten lieten hem een zelf opgestelde verklaring ondertekenen, waarin staat dat zij door een scooterongeval een jaar studievertraging opliepen.

In het AD van 2 maart 2017 stond dit bericht van Sander van Mersbergen en Hanneke van Houwelingen.

Wanneer een student letsel oploopt door een ongeval kan dat leiden tot studievertraging.

Er bestaat hierover een richtlijn van de Letselschaderaad, een onafhankelijke instelling die normen en richtlijnen ontwikkelt om het schaderegelingsproces zoveel mogelijk te vergemakkelijken. Die richtlijn houdt in dat een student die door een ongeval studievertraging oploopt daar een vergoeding voor kan krijgen. De gedachte daar achter is, dat een gevolg van studievertraging kan zijn dat men later op de arbeidsmarkt komt en als het ware met een achterstand begint. De richtlijn geldt voor maximaal een jaar studievertraging, de bedragen verschillen per opleiding. Voor een MBO-studie geldt een lager bedrag dan voor een universitaire opleiding. De reden van die verschillen ligt voor de hand.

Wapenwedloop
Het Verbond van Verzekeraars ziet in de scooterfraude een van de voorbeelden waaruit blijkt dat fraudeurs steeds creatiever worden. Woordvoerder Rudi Buis spreekt van ‘een wapenwedloop’.
Die ontstaat volgens hem doordat traditionele vormen van fraude steeds minder succesvol zijn.
De opsporingstechnieken worden steeds beter en verzekeraars zetten extra personeel in. In 2016 meldden zij liefst 21 procent meer fraudeonderzoeken bij het centrale register dan een jaar eerder.

De scooterfraude kwam in 2016 minimaal tien keer voor, vooral op ROC’s. In de meeste gevallen waren de studenten daadwerkelijk betrokken geweest bij een verkeersongeluk, maar hadden zij geen recht op de hoge vergoeding. Soms hadden ze de ongelukken in scène gezet. Buis: ‘In een aantal zaken is het geld uitgekeerd door de verzekeraars. Naar sommige studenten loopt nog onderzoek.’

Nepclaims
Na de melding van de ROC-docent heeft het Verbond in augustus een waarschuwing gestuurd aan verzekeraars. Dit leidde tot nieuwe meldingen van frauderende studenten op meerdere ROC’s, onder meer in Noord-Holland. De nepclaims vielen op door spelfouten in de tekst en een opvallend positieve beschrijving over de houding, het gedrag en de studieresultaten van het jonge ‘verkeersslachtoffer’, aldus het artikel in AD.

Bewijs
In het artikel wordt vervolgens gesteld dat het akkoord op de verklaring bovendien door de directie van de school moet worden gegeven en niet door een docent of medewerker, zoals in de fraudezaken het geval was. Dat is niet helemaal juist. De eisende partij, de student in dit geval dus, dient te bewijzen dat hij de gevorderde schade ook daadwerkelijk door het ongeval lijdt. Aan welke eisen het bewijsmateriaal dient te voldoen is niet nader in de wet of in de richtlijn omschreven. Het meest voor de hand liggende is uiteraard een verklaring van de instelling waar men studeert over de studieresultaten vóór het ongeval, en de bevestiging dat de student zo lang niet in staat is geweest om te studeren dat dit heeft geleid tot later afstuderen. Wie precies die verklaring moet opstellen en ondertekenen is in elk geval niet in de richtlijn omschreven.

Het is dus in eerste instantie aan de betalende verzekeraar zelf om te beoordelen of hij wel of niet is overtuigd van het optreden van studievertraging. Als verzekeraars daar makkelijk “in trappen” zal dat ongetwijfeld, met de moderne sociale media, snel bekend worden. De gelegenheid maakt de dief, luidt het gezegde.

Dat pleit de fraudeurs natuurlijk niet vrij. Maar een verzekeraar doet er verstandig aan om zo’n claim niet alleen van een verklaring van de onderwijsinstelling af te laten hangen, maar ook – aan de hand van medische informatie – te beoordelen of er überhaupt sprake was van letsel en of dat van zodanige ernst was dat het inderdaad aannemelijk dat er studievertraging door optrad.

Volgens het Verbond is het aan de verzekeraars om de studenten te vervolgen. ‘Het kan ook dat ze op een zwarte lijst terechtkomen, dan wordt het wel lastiger of heel duur om je nog te verzekeren’, aldus Buis.

Opvallend genoeg heeft de fraudezaak binnen de ROC’s nog niet tot veel opschudding geleid. ROC’s in Flevoland en Noord-Holland zeggen de zaak niet te kennen. Dat kan er op duiden dat de docent in kwestie de directie niet heeft ingelicht. Wel geven de scholen aan alert te zijn op mogelijke fraude.

Dat is op zich natuurlijk een goede zaak, maar het is – naar mijn bescheiden mening – niet terecht om de verantwoordelijkheid bij de docenten en de scholen te leggen. Die ligt bij (de ouders van) de frauderende studenten en bij de verzekeraars zelf.

Lees de uitspraak in pdf-formaat

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.

-