Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Twee scholieren krijgen ruzie. Er vallen klappen. Wie is aansprakelijk voor de schade?

Week 15-2018


In de wet is geregeld dat de ouders aansprakelijk zijn voor het onrechtmatig gedrag van kinderen tot 14 jaar. Dit is een risicoaansprakelijkheid, dus de ouders zijn in dat geval altijd aan te spreken. De ouders zijn ook aansprakelijk voor het gedrag van hun kinderen als deze tussen 14 en 16 jaar oud zijn, maar in dat geval kunnen de ouders onder die aansprakelijkheid uitkomen als hen niet kan worden verweten dat zij het gedrag van hun kind niet hebben belet. Als de kinderen op school zijn kunnen de ouders in het algemeen het gedrag niet beletten. Dus zijn de ouders niet aansprakelijk.

Maar hoe dan verder? Er is in die betreffende bepaling over de aansprakelijkheid voor kinderen verder niets geregeld? In dat geval geldt dat de aansprakelijkheid alsnog op het kind zelf valt, zoals ook uit onderstaande uitspraak blijkt.

In een klaslokaal van een college krijgen twee knullen van 13 en 15 jaar oud ruzie met elkaar. Nadat ze elkaar over en weer hebben uitgescholden, heeft de 15 jarige de ander een of meerdere vuistslagen in het gezicht toegediend. De ander liep daarbij een gebroken neus en een wond aan de binnenkant van een lip op. Hij is daarvoor behandeld in het ziekenhuis. Tevens heeft deze mishandeling de jongen zodanig aangegrepen dat hij een angststoornis heeft opgelopen, waarvoor hij bij een psycholoog in behandeling is geweest. Verder had hij last van pijnklachten in nek en schouders en moest daarvoor naar de fysiotherapeut.

De 13 jarige jongen (verder het slachtoffer genoemd) heeft aangifte van mishandeling gedaan en de zaak is voorgekomen bij de kinderrechter. Deze veroordeelde de andere jongen voor mishandeling tot een werkstraf van 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

De ouders van het slachtoffer hebben een civiele procedure tegen de ouders van de 15 jarige jongen en tegen de 15 jarige jongen zelf aangespannen voor de schade die het slachtoffer heeft geleden, waaronder een bedrag van bijna 4000 euro voor smartengeld. De ouders stelden verder dat hun zoon zich niet schuldig heeft gemaakt aan provocatie, zodat er geen sprake was van medeschuld.

De ouders van de 15 jarige jongen stellen dat zijn niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de gedragingen van hun zoon, omdat zij daarop geen invloed hebben kunnen uitoefenen nu dit op school gebeurde. Tevens zou de andere jongen de ruzie niet alleen hebben uitgelokt, maar zou hij hun zoon bij de nek hebben gegrepen en hem naar achter hebben willen duwen. Toen pas heeft hun zoon teruggeslagen. Ook worden de gevorderde schadeposten betwist. De gevorderde immateriële schadevergoeding vinden zij te hoog, te meer nu nimmer is gebleken van angst en/of paniek bij de andere jongen.

De beoordeling
De jongen was op de dag van de mishandeling 15 jaar oud. Zijn ouders kunnen geen verwijt worden gemaakt van die gedraging van hun zoon. Dat betekent dat de zoon zelf aansprakelijk kan worden gehouden voor de gewraakte gedraging.

De vraag of het slachtoffer de dader heeft geprovoceerd, is volgens de kantonrechter niet van belang. De 15 jarige jongen erkent dat hij op enig moment is opgestaan en naar slachtoffer is toegelopen, waarna deze hem bij de nek zou hebben gegrepen en hem naar achteren heeft willen duwen en dat hij vervolgens enkele vuistslagen heeft toegediend.

De kantonrechter vindt vervolgens dat de jongen zich er van had moeten onthouden om op te staan en naar de andere jongen toe te lopen. Hij deed dit nadat de wiskundedocent beide jongens kort daarvoor op hun gedrag had aangesproken en hen tot kalmte had gemaand. Door vervolgens op te staan en naar de andere jongen toe te lopen heeft hij het risico op zich genomen dat de situatie uit de hand zou lopen, hetgeen zich ook heeft verwezenlijkt.

Mede gelet op het leeftijdsverschil – het slachtoffer was 13 jaar en de dader 15 jaar oud – is voorstelbaar dat het slachtoffer zich bedreigd voelde en ter afweer de ander heeft willen wegduwen. In elk geval was er op dat moment geen enkele rechtvaardiging aanwezig aan de zijde van de dader om de ander een aantal vuistslagen toe te dienen. Het beroep op medeschuld aan de zijde van de andere jongen slaagt derhalve niet. Dat betekent dat de dader de door het slachtoffer geleden schade volledig dient te vergoeden.

Vervolgens komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van de schade. Daarin wordt door de kantonrechter behoorlijk gestreept, zodat er uiteindelijk een schade van circa 1000 euro overblijft (waaronder 750 euro smartengeld) die door de kantonrechter wordt toegewezen.

Op die manier blijft de schade voor de 15 jarige jongen nog behapbaar. In de praktijk zie je dan dat de ouders, alhoewel zij niet aansprakelijk zijn, toch veelal alsnog de schade voor hun kinderen gaan betalen, zodat deze niet met een oplopende schuld opgescheept blijven. Strikt genomen hoeven de ouders dat echter niet. De vordering blijft dan op hun kind rusten totdat deze zelf betaald heeft. Dat kan dan eventueel nog jaren duren, maar ooit zal hij toch wel een inkomen krijgen waarop beslag gelegd kan worden. De beste middenweg lijkt me dat als de ouders het kunnen betalen, zij dit hun kind voorschieten op voorwaarde dat hij een bijbaantje gaat zoeken om het aan zijn ouders te kunnen afbetalen. Zo leert hij zelf het best dat zijn gedrag consequenties heeft.

NB: Het bovenstaande geldt alleen met betrekking tot de vorderingen van het slachtoffer zelf. Een werkgever die regres zoekt valt onder een ander wettelijk regiem.

Lees de uitspraak in pdf-formaat
Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.