Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Werkweigering of verzuim wegens ziekte?

Week 17-2014

Aanbevolen: lees de uitspraak in pdf-formaat

Werknemer is als rijwielhersteller bij werkgever in dienst getreden. Omdat werknemer enkele dagen zonder opgave van redenen niet op zijn werk verschijnt wordt hij, nadat hij per brief is gewaarschuwd, door werkgever op staande voet ontslagen. Werknemer is het hier niet mee eens en verweert zich bij de kantonrechter. Die oordeelt dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Werknemer gaat in hoger beroep en het hof oordeelt als volgt.

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een ontslag op staande voet de omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen. Daarbij behoren ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zou hebben.

Werknemer stelt dat hij wegens ziekte/arbeidsongeschiktheid niet in staat was te werken en dat hij zich om die reden bij werkgever heeft ziek gemeld. Het hof stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie in het algemeen op de werkgever, die zijn werknemer op staande voet ontslaat wegens ongeoorloofd werkverzuim, de stelplicht en ook de bewijslast rust van het ongeoorloofd zijn van dat verzuim. Van een voldoende gemotiveerde weerspreking is in de regel sprake als de werknemer aanvoert dat hij wegens ziekte arbeidsongeschikt was. De werkgever moet dan in beginsel bewijzen dat de werknemer arbeidsgeschikt was.

Op basis van vaststaande feiten gaat het Hof ervan uit dat werknemer zich niet bij werkgever heeft ziek gemeld en werkgever niet bekend was met de reden van de afwezigheid. Niet kan worden aangenomen dat werknemer werkelijk arbeidsongeschikt was. Vaststaat dat werkgever werknemer per brief heeft gewaarschuwd. Uit schriftelijke reacties op deze brief van werknemer aan werkgever blijkt dat werknemer wist dat hij een gewaarschuwd man was.

Het hof overweegt in dit kader het volgende. Werknemer heeft nooit van medici afkomstige stukken over zijn gezondheidstoestand overgelegd. Werknemer legde wel een bezoek af aan de huisarts maar die wenst geen verklaring af te leggen omtrent de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Daarbij overweegt het hof dat het bezoek aan de huisarts geen medische, maar een juridische achtergrond lijkt te hebben, daar werknemer heeft verklaard dat het bezoek aan de huisarts was ingegeven door het advies van het Juridisch Loket om bewijs van zijn ziekte te vergaren.

Het hof is, evenals de kantonrechter, van oordeel dat werknemer niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn stelplicht en bewijslast.

De ongeoorloofde afwezigheid levert, zelfs als werknemer de officiƫle waarschuwing niet zou hebben ontvangen, een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW op. De persoonlijke omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel, ondanks het gegeven dat het vinden van een nieuwe werkplek nadien door het ontslag op staande voet voor werknemer moeilijk is gebleken. De conclusie luidt dan ook dat het dienstverband met onmiddellijke ingang is geƫindigd en het ontslag op staande voet standhoudt.

ECLI:NL:GHARL:2014:2600

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Op de hoogte blijven?

Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rondom de dienstverlening van BSA.