Deze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Dit doen wij om de website goed te laten functioneren, gebruik van de website te laten analyseren en om de gebruikerservaring te optimaliseren. U kunt deze cookies uitzetten via uw browser. Door op akkoord te klikken of door verder gebruik te maken van de website gaat u akkoord met de plaatsing van de cookies. Akkoord Meer informatie

Wettelijke limieten aansprakelijkheden

Week 23-2018

Voor diverse aansprakelijkheden gelden wettelijke limieten, dat wil zeggen dat een aansprakelijke verzekeraar niet meer schade hoeft te betalen dan het bedrag van de wettelijke limiet. Die bedragen zijn al jarenlang niet aangepast. De Hoge Raad vindt dat de wetgever in feite nalatig is door deze limieten niet regelmatig aan te passen. Daarom mag de rechter binnen zijn rechtsvormende taak die limieten aanpassen op basis van de inflatiecorrectie.

Een man krijgt tijdens een zeiltochtje, waarvoor hij heeft betaald, een afgebroken giek op zijn hoofd. Hij lijdt daardoor ernstig letsel en zijn schade wordt begroot op € 600.000. Het gaat in deze zaak dus om aansprakelijkheid voor personenvervoer over water. De wet kent daarvoor een limiet van € 137.000. De verzekeraar betaalt dit bedrag aan de man en is daarmee (tot dit arrest) in feite klaar.

De man gaat hierover echter procederen, omdat hij vindt dat het vasthouden aan deze limiet, die in 1991 werd vastgesteld en nimmer werd verhoogd, niet redelijk en billijk is. Het Hof wijst dan aanvullend € 61.787 toe, waarmee de vergoede schade neerkomt op € 198.787. Het Hof heeft dit bedrag bepaald door de aansprakelijkheidslimiet uit 1991 aan te passen aan de inflatiecorrectie per 2007, zijnde het jaar waarin het ongeval plaatsvond. Het Hof vindt dat het deze limiet niet verder kan uitrekken. Dat is aan de wetgever.

De Hoge Raad volgt het Hof hierin. De regering had in redelijkheid niet geheel mogen afzien van verhoging van de aansprakelijkheidslimiet. De Hoge Raad vindt dat de door het Hof toegepaste inflatiecorrectie de rechtsvormende taak van de rechter niet te buiten gaat. Voor het nog hoger stellen van het uit te keren bedrag (dus hoger dan inflatiecorrectie) zijn er volgens de Hoge Raad echter onvoldoende objectieve factoren voor handen. Dat mag niet binnen de rechtsvormende taak van de rechter en blijft dus voorbehouden aan de wetgever.

Let op: het gaat hier om een limiet die zijn basis vindt in het Nederlands recht en niet in verdragen. Zou de limiet in een verdrag zijn vastgelegd, dan had de rechter de limiet niet met de inflatiecorrectie mogen oprekken.

Een duidelijk signaal dus aan de wetgever om dit soort wettelijke normen regelmatig te bezien. Of om op zijn minst voortaan te regelen dat op de limiet (ook in verdragen) een automatische inflatiecorrectie van toepassing is.

Deze uitspraak is ook toepasselijk bij menige andere limieten die in de Nederlandse wetgeving zijn vastgelegd.

Lees de uitspraak in pdf-formaat

Weten wat BSA voor u kan betekenen? Neem vrijblijvend contact op >

Hebt u vragen? Neem gerust contact op.